Reeds 2000 jaar geleden werden er plannen gesmeed te Ninove, Doorn Noord.

  • 4 maart 2020

Archeologisch onderzoek brengt Romeinse bedrijvigheid aan het licht.

Op de locatie “Doorn Noord” wenst Stad Ninove een nieuw, duurzaam regionaal bedrijventerrein te realiseren. Maar vooraleer de ontwikkeling van start ging, kregen archeologen van SOLVA de kans de geschiedenis van deze locatie te onderzoeken. En dat leverde reeds heel wat nieuwe inzichten en verrassende resultaten op over de geschiedenis van Ninove en omstreken. Na eerdere vondsten van prehistorische grafheuvels en 17de en 18de -eeuwse militaire kampen, gaan nu de Romeinen met de aandacht lopen. Want reeds lang voor er sprake was van het nieuwe bedrijventerrein, ontplooiden zij hier reeds heel wat bedrijvigheid.

 

 

De opgravingen te Doorn Noord gaan de laatste rechte lijn in. Archeologen leggen hier momenteel een Romeinse nederzetting bloot, die hier in de late 1ste en 2de eeuw na Christus werd bewoond.


En ook die opgravingen zijn veelbelovend. Door de grootschaligheid van het projectgebied dat ontwikkeld wordt, hebben de archeologen hier immers de kans om een – voorheen onbekende – Romeinse nederzetting te onderzoeken in al haar aspecten. Naast de bewoning zelf, biedt het onderzoek ook een inzicht in de ruimere organisatie van deze site. Verschillende wegen ontsluiten de Romeinse nederzetting van Doorn Noord  naar de Dendervallei en naar andere sites in de buurt. Langs die uitvalswegen werden begraafplaatsen ingericht. En allerhande sporen geven de archeologen een inzicht in het dagelijkse leven van de toenmalige bewoners in de 2de eeuw na Christus. 


Dat die bewoners ook reeds heel wat bedrijvigheid ontplooiden, blijkt duidelijk uit de vondsten. IJzerproductie nam daarbij een belangrijke plaats in binnen deze nederzetting. De bewoners vergaarden bruikbare ijzerertsen om die vervolgens in een specifieke zone van de nederzetting om te smelten naar ruw ijzer. Mogelijk werd een lokale ijzerbank aangetroffen waaruit geschikte ijzerertsen konden worden ontgonnen of gebruikte men lokale ijzerzandstenen, die in de regio op de heuveltoppen dagzomen. Na een voorbehandeling smolt men de ertsen in bovengrondse smeltoventjes. Daarin wordt het ijzer gescheiden van de ijzerarme mineralen. Het afvalproduct dat daarbij tot stand komt, wordt ‘metaalslak’ genoemd. De archeologen vinden ze in zéér grote getale terug op de site. 


Opmerkelijk is dat de ijzerertsproductie structureel georganiseerd werd in een specifieke zone binnen de nederzetting. Wellicht niet toevallig in de noordoostelijke zijde van de nederzetting, zodat de overheersende zuidwestenwind de rookontwikkeling die met de ijzerertsproductie gepaard ging, wegblies van de site.  Ook de grootschaligheid van de activiteit roept vragen op bij de archeologen. Het is de eerste maal in de regio dat op deze schaal sporen van Romeinse ijzerertsontginning worden aangetroffen. Werd hier een productienederzetting aangesneden met een specifieke artisanale activiteit, die de nederzettingen in de omgeving van ijzer voorzag? Om deze vraag te beantwoorden, zullen de vondsten en sporen die deze ambachtelijke activiteit naliet, verder onderzocht worden in een interdisciplinair onderzoeksproject tussen archeologen en geologen van de Universiteit Gent. Een combinatie van gespecialiseerde technieken zal trachten te achterhalen wat de omvang van het productieproces is en of dit voor lokaal of regionaal gebruik bedoeld was.  


Maar dat de opgravingen te Doorn Noord nu reeds zeer waardevol zijn, staat buiten kijf. De opgravingen zijn onmiskenbaar een belangrijke stap voorwaarts voor onze kennis over de Romeinse periode in het zuiden van Oost-Vlaanderen. Deze opgraving is niet alleen een aanvulling van de Romeinse bewoning in de regio, de opgravingen werpen ook een licht op hoe de toenmalige bewoners in de regio zich organiseerden binnen een ruimer economisch netwerk van nederzettingen tot elkaar.