Ninove - Stuypenberg - Outer

Projectomschrijving

Jaar van uitvoering

2018 - ...

Opdrachtgever

Logo Ninove

Ligging

Gelegen langs de Stuypenberg, ten zuiden van de Kerkstraat en de Vogelzangbeek

Fase

3
Ligging

Afbeeldingen
DJI_0861.JPG
IMG_1975.JPG
IMG_2032.JPG
IMG_2350.JPG
IMG_2592.JPG
20190426-_K4A1861.jpg
20190426-_K4A1870.jpg
20190426-_K4A1996.jpg
20190426-_K4A2040-Pano.jpg
IMG_1131.JPG
20190426-_MG_5505.jpg
IMG_1677.JPG
DJI_0759.JPG
IMG_1913.JPG
proefsleuf
IMGP1204.JPG
IMGP1331.JPG
IMGP1143.JPG
IMGP1162.JPG
IMGP4099.JPG
Luchtfoto 2015.jpg
DTM.jpg
Foto's copyright SOLVA & Dirk Wollaert
Omschrijving

De stad Ninove wenst een nieuw hockeyveld met clubhuis en een gebied voor dagrecreatie met landschappelijke waarde aan te leggen te Outer (Ninove). Het projectgebied betreft een perceel gelegen langs de Stuypenberg ten zuiden van de Kerkstraat en de Vogelzangbeek. Ten behoeve van het indienen van de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor de aanleg van het recreatieterrein voerde SOLVA een bureaustudie aanvullend met controleboringen uit. Hoewel er geen archeologische sites gekend zijn op het projectgebied en de historische kaarten aantonen dat de percelen sinds de late middeleeuwen in gebruik waren als akker- en/of weiland, vormt de nabijheid van de Molenbeek, zo’n 50 m ten noorden van het projectgebied, een interessante landschappelijke indicator voor menselijke activiteiten. Prospectie in een gelijkaardige landschappelijke context te Herlinkhove bracht artefacten uit de steentijden en Romeinse tijd aan het licht. Op een algemeen niveau kunnen er op het projectgebied dus ook sporen aangetroffen worden uit diverse periodes. Na afweging van de verschillende onderzoeksmethoden, worden landschappelijke boringen, afhankelijk van de resultaten aangevuld met verkennende en waarderende boringen en een proefsleuvenonderzoek als meest geschikte methode weerhouden.

Het proefsleuvenonderzoek wees op tenminste twee verschillende occupatiefases op het terrein: een vol-middeleeuwse nederzetting en een oudere occupatiefase. De oudste occupatiefase omvatte een spieker, een greppel (mogelijk afkomstig van een funerair monument), en een houtskoolrijke kuil. Omdat er geen vondsten zijn gedaan steunt deze datering enkel op de vulling van de sporen. Daarnaast bleek er zich een goed bewaarde 12de-vroeg 13de-eeuwse nederzetting binnen het projectgebied te situeren. Dit veruiterlijkte zich door talrijke paalsporen, greppels, en afvalkuilen met artisanaal afval. Omdat er in de drie meest zuidelijk gelegen proefsleuven geen sporen van de nederzetting zijn teruggevonden, kan er geconcludeerd worden dat de nederzetting een duidelijke spatiale grens heeft aan de zuidzijde die waarschijnlijk wordt afgebakend met een gracht. De sporen lopen vervolgens verder naar de in het noorden aanpalende percelen. Mogelijk lopen ze verder onder de aanpalende bebouwde percelen. 

Tijdens de opgraving zijn sporen teruggevonden uit uit de steentijden, de Karolingische periode, de volle middeleeuwen, de late middeleeuwen en de postmiddeleeuwen. Verspreid over de site zijn talrijke silexartefacten aangetroffen. Deze bevonden zich allen in secondaire contexten: in middeleeuwse sporen en windvallen. Een kuil met sporen van in situ verbranding leverde eveneens silex op. Een aantal gebouwplattegronden zijn vermoedelijk te dateren in de Karolingische periode. Meer bepaald gaat het om twee grote éénschepige gebouwplattegronden, vermoedelijk woongebouwen, twee kleinere gebouwplattegronden, eveneens eenschepig en drie vierpalige spiekers. Naast deze gebouwplattegronden zijn ook nog enkele begravingen aangetroffen. Het gaat om 3 inhumaties en een krengbegraving. Centraal op het terrein bevindt zich een woonzone afgebakend door een rechthoekige enclosgracht die meerdere fases kent, en een bewoning overbruggen van de volle t.e.m. de late middeleeuwen. Binnen de volmiddeleeuwse enclosgracht zijn twee, dieschepige gebouwplattegronden en enkele spiekers opgetekend. In de zuidoostelijke hoek van de enclos ligt tenslotte nog een zespalige spieker waarbinnen kuilen zijn aangetroffen met smidse afval. Ook buiten de grenzen van de enclosgracht zijn sporen uit de volle middeleeuwen aangetroffen. In het noordoosten van het terrein treffen we onder meer, meerdere NW-ZO georiënteerde grachten aan, die aflopen naar een poel, die eveneens kan gedateerd worden in de 12de eeuw. De archeologische opgraving toonde aan dat de afbakenende enclosgracht verschillende fases kent.  De aardewerkvondsten getuigen van een volmiddeleeuwse én een laatmiddeleeuwse fase, waarbij de laatmiddeleeuwse fase ook een rechthoekige, maar kleinere woonzone afbakent. Voor de laatmiddeleeuwse fase kan een datering vooropgesteld worden vanaf ten vroegste 1175 tot in de 13de eeuw. In tegenstelling tot de volmiddeleeuwse fase, kunnen voor de laatmiddeleeuwse fase geen gebouwen geassocieerd worden met de enclosgracht. Mogelijk is dit het gevolg van een gewijzigde bouwtraditie, waarbij geen houtbouw maar steenbouw of bouw op leggers is gehanteerd. Uit het bureauonderzoek was geweten dat er op de kaart van Ferraris ter hoogte van de onderzochte site een hoeve moest hebben gestaan. Een van de onderzoeksvragen peilde naar de impact van de 18de-eeuwse bewoning op de site. Tijdens de opgraving is laagsgewijs afgegraven en zijn noch in de teelaarde, noch op het eerste archeologische niveau, restanten van funderingen aangetroffen. Wel is ter hoogte van de verwachte restanten van de hoeve een grote verstoring opgetekend, die waarschijnlijk het gevolg is van de afbraak van de hoeve. Uit deze periode, en in de nabijheid van deze verstoring, treffen we enkele kuilen, greppels en krengbegravingen aan. Tenslotte is in de westelijke helft van het terrein een niet nader te dateren grote lineair spoor opgetekend. Een gracht met NO-ZW oriëntatie verbindt verschillende halve cirkels. Mogelijk hebben we maken met de restanten van een loopgraaf of geschutstelling uit één van de wereldoorlogen.