Nieuw plan voor openbaar vervoer in Vlaamse Ardennen en regio Aalst op tafel

  • 12 oktober 2020

De vervoerregio’s Aalst en Vlaamse Ardennen hebben de afgelopen maanden aan het openbaar vervoersplan gewerkt dat in januari 2022 door De Lijn zal worden uitgerold. Zowel voor het kernnet als het aanvullend net bereidde de vervoersmaatschappij een eerste voorstel voor. Het ontwerpplan van dit openbaar vervoersplan werd op beide vervoerregioraden goedgekeurd en wordt nu op de gemeenteraden voorgelegd.

Om tot dit eerste voorstel te komen, baseert De Lijn zich op de gekende vervoersvraag en vervoersstromen, het succes van een lijn (intrinsiek potentieel), de huidige reizigerstellingen, de huidige infrastructuur met eventuele doorstromingsproblematieken en kwaliteitsverbeteringen.

Vervoerregioraad beslist over aanvullend net en vervoer op maat

"Binnen het nieuwe systeem Basisbereikbaarheid wordt het openbaar vervoer opgedeeld in verschillende lagen: van kernnet tot vervoer op maat. De beslissing over het kernnet - de bussen en trams die rijden tussen de grote woonkernen en centraal gelegen attractiepolen - wordt genomen door de Vlaamse Regering, na advies van de vervoerregioraad”, legt Ewout Depauw uit die SOLVA vertegenwoordigt in de vervoerregioraad. “Voor het aanvullend net - de bussen die rijden tussen kleinere steden en gemeenten - ligt de finale beslissing bij de vervoerregioraad zelf. Zij bepaalt hoe het netwerk er zal uitzien en welke attractiepolen bediend worden. De vervoerregioraad beslist ook over het vervoer op maat, dat eveneens onderdeel uitmaakt van dit openbaar vervoersplan.”

Het ontwerpplan van het openbaar vervoersplan werd ondertussen zowel in de vervoerregioraad Aalst als Vlaamse Ardennen goedgekeurd en gaat nu richting de gemeenteraden.

Afstemming tussen verschillende partijen is succesfactor

SOLVA neemt een actieve rol in bij de uitwerking van het nieuwe openbaar vervoersplan. “Binnen het Dagelijks Bestuur van de vervoerregioraad zoeken we naar oplossingen waarin alle betrokkenen zich kunnen vinden”, verduidelijkt Ewout. “Daarvoor hebben we bijvoorbeeld verschillende keren samen met enkele gemeenten uit de regio en de Vlaamse partners specifieke buslijnen besproken. Niet zelden resulteert dat in nieuwe inzichten die het netwerk beter zullen maken.”

Vervoersplan in de praktijk

Verder probeert SOLVA ook de ideeën uit het plan al voorzichtig in de praktijk te brengen. “Eind mei openden we het eerste mobipunt in de regio op de Markt van Sint-Lievens-Houtem", geeft Ewout aan. “De bedoeling is dat het netwerk wordt uitgebouwd met nog tientallen bijkomende mobipunten. Onze ervaringen bij de eerste punten kunnen we inbrengen in de vervoerregio”.

Hetzelfde geldt voor het regionaal autodeelsysteem dat in samenwerking met Valckenier Share werd uitgerold op 22 juni. “Autodelen wordt een schakel binnen het vervoer op maat en kan aanvullend werken binnen het vervoerssysteem”, verduidelijkt Ewout. “Door nu al een project met deelauto’s te lanceren, kunnen we heel wat interessante inzichten aanleveren voor het regionaal vervoersplan.”

Wat is basisbereikbaarheid ook alweer?

Met de introductie van basisbereikbaarheid gaan we naar een vraaggericht openbaar vervoer waarbij het aanbod beter wordt afgestemd op de vervoersvraag van de reiziger en op de reële vervoerstromen. Het openbaar vervoer wordt versterkt op drukke assen en herkenbare vervoersknooppunten moeten de overstap van het ene naar het andere vervoersmiddel vereenvoudigen. Zo kan de reiziger verschillende vormen van mobiliteit combineren om zijn volledige reistraject op een efficiënte manier af te leggen. Een trein- of busrit kan op die manier bijvoorbeeld gecombineerd worden met een voor- of natraject met(deel)fiets, (deel)auto of taxi.

Schema om verschil tussen basismobiliteit en basisbereikbaarheid te verduidelijken

 

Foto bovenaan artikel: © Heipedia