Aalst - Rooms-Hofstraat

Projectomschrijving

Jaar van uitvoering

2018 - 2019

Opdrachtgever

Stad Aalst

Ligging

Rooms-Hofstraat.

Fase

4
Ligging

Afbeeldingen
CAI op GRB.jpeg
Luchtfoto 2015.jpeg
CAI op DTM.jpeg
Omschrijving

De stad Aalst wenst een buffergracht en twee bufferbekkens aan te leggen in het natuurgebied Osbroek, ter hoogte van de overgang van de Erembodegemstraat naar de Rooms-Hofstraat. 
Het projectgebied ligt in een oude komvormige depressie uitgesleten door erosie van de Dender. Dergelijk paleolandschap was een aantrekkelijke locatie voor jager-verzamelaars en is in dit geval wellicht goed bewaard. Deze landschappelijke locatie kan potentieel bieden op het aantreffen van steentijdvondsten. Enkele prospectievondsten van steentijdartefacten in de nabijheid van het projectgebied, wijzen alleszins op menselijke aanwezigheid in de prehistorie. Voor de historische periodes waren de drassige moerasgronden na het verdwijnen van de Dender-meander echter weinig aantrekkelijk. De menselijke aanwezigheid bleef hoogstwaarschijnlijk beperkt tot het inrichten van graasweides voor vee.
De methodologie van het verdere vooronderzoek zal zich dus moeten richten op het opsporen van steentijdartefactensites. Daarbij moeten vooreerst landschappelijke boringen worden uitgevoerd om het potentieel van begraven landschappen beter te kunnen inschatten en de correcte afweging te maken i.v.m. verder te nemen maatregelen i.f.v. de geplande werken. Aangezien de gronden enerzijds nog als graasweide in gebruik blijven tot het verkrijgen van de omgevingsvergunning, en de hoge grondwaterstand in dit seizoen de uitvoering van landschappelijke boringen bemoeilijkt, diende dit verdere vooronderzoek te gebeuren in uitgesteld traject.

De landschappelijke boringen wezen uit dat het merendeel van de bodemopbouw van het terrein bestond uit dikke alluviale pakketten. Onder dit alluvium was ten minste één oeverwal bewaard. Echter bleek deze ernstig verstoord door erosie, waardoor de kans op in situ prehistorische restanten zeer laag was. Voor de periode vanaf de middeleeuwen zijn eveneens geen sporen te verwachten. De terreinen werden duidelijk nog regelmatig overstroomd en waren steeds in gebruik als weiland/meersengebied. Vanaf de late middeleeuwen werden de gronden gebruikt voor het winnen van klei voor baksteenproductie. Dit resulteerde in grootschalige uitgravingen die zich uitspreiden over heel het onderzoeksgebied. Het veelvuldig voorkomen van (recente) kleiwinningskuilen en de beperkte ingreep van de geplande werken in combinatie met het sterk geërodeerde oppervlak van de oeverwal wijst er op dat de kans op archeologische kennisvermeerdering tijdens deze werken zeer laag is.