Zuid-Oost-Vlaanderen in vuur en vlam

  • 20 november 2017

Op 18 november gaven archeologen van SOLVA enkele presentaties op de contactdag archeologie van de provincie Oost-Vlaanderen waarbij het thema ‘vuur’ de rode draad vormde. In samenwerking met Drs. H. Vandendriessche (UGent) werd een overzicht gegeven van de gekende prehistorische haarden die tijdens opgravingen in de regio aan het licht zijn gekomen. Vervolgens is dieper ingegaan op het fenomeen van de verlatingsoffers tijdens de metaaltijden. Een smidse uit de metaaltijden gevonden te Ronse rondde een boeiende middag af.

Vuur in de prehistorie

Vuur heeft gedurende de hele prehistorie een cruciale rol gespeeld in de ontwikkeling van de moderne mens. Vooral in de koudere periodes (ijstijden) zorgde de beheersing van het vuur ervoor dat de prehistorische mens in koudere gebieden kon gaan wonen. Zo legde men een haard aan waarrond tal van activiteiten plaatsvonden zoals het bereiden van voedsel, het bewerken van vuursteen, het looien van huiden,…. In enkele gevallen kon zo’n haard ook worden opgegraven door SOLVA Dienst Archeologie.

haard

De haard uit Ruien

De oudste prehistorische haard die tot nu toe is opgegraven in het zuiden van Oost-Vlaanderen dateert uit 11.000 v. Chr en is gevonden in Ruien. Dit tijdstip valt in een extreem koude fase van de laatste ijstijd. De beheersing van vuur was dus van levensbelang voor deze mensen! De haard bestond uit een opéénstapeling van ijzerzandstenen. Rondom zijn sporen teruggevonden van het vervaardigen van vuurstenen artefacten en het produceren van okerpigment. Deze prehistorische site raakte gedurende de laatste ijstijd volledig bedekt met leemafzettingen, waardoor hij perfect verzegeld werd voor de toekomst. Het gebruik om met stenen een vuurplaats te maken, kennen we ook uit de opgravingen te Leeuwergem (Zottegem) Spelaan en Erembodegem (Aalst) Zuid IV.

haard grondplan

De haard uit Leeuwergem

De min of meer rechthoekige haardvloer te Leeuwergem Spelaan bestond uit ijzerzandstenen die aan de bovenkant duidelijk verbrand waren. Een analyse op een stukje houtskool dat tussen de stenen lag, wijst op een datering rond 4000 v. Chr. (neolithicum).

Aan het werk

De haard uit Erembodegem

De grote ovaalvormige haard te Erembodegem Zuid IV bestond uit een vloer van verschroeide rolkeien. Op basis van de opbouw hoort deze haard mogelijk ook thuis in het neolithicum.

Bekijk hier de presentatie.

Vurige verlatingsoffers

Tijdens verschillende opgravingen uitgevoerd door SOLVA Dienst Archeologie stelden de archeologen op nederzettingen uit de metaaltijden te Aalst en Ninove een opvallend fenomeen vast: bij de opgave van een woonerf ging men (een deel van) de huisraad verbranden en deponeren in paalkuilen van gebouwen en kuilen. Men gaat ervan uit dat net als bij de overledenen, ook het huis werd ‘gecremeerd’ en dat het begraven van de verbrande huisraad dit zou kunnen symboliseren.

Overzicht

Spieker uit Ninove Kapittelstraat

Op de site Ninove Kapittelstraat waren de paalsporen van een 6-palige spieker (graanopslagplaats), nadat de palen zelf er uitgetrokken waren, opgevuld met verbrand aardewerk dat in de 6de eeuw v. Chr. te dateren is. Samen met het aardewerk uit een nabijgelegen kuil omvatten deze een volledige huisraad dat in één keer is gedeponeerd over de verschillende kuilen. In Aalst Rozendreef is in de funderingskuil van een paal van een spieker een depositie van aardewerk teruggevonden. Drie omgekeerde kommen zijn bij de opgave van het gebouw in het paalspoor geplaatst.

5

Gebouw uit de vroege ijzertijd te Aalst Rozendreef

Een radiokoolstofdatering plaatst deze depositie in de late ijzertijd (360 – 110 v. Chr.). Op dezelfde site is een gebouw uit de vroege ijzertijd opgegraven dat over de gehele lengte sporen van verbranding vertoonde. Dit gebouw kan accidenteel zijn afgebrand, maar ook een intentionele verbranding is niet uit te sluiten worden uitgesloten. Tijdens de opgraving op de Siesegemkouter in Aalst tenslotte bleek één van de silo’s (voorraadkuilen) uit de late bronstijd (1050-800 v. Chr.) een opmerkelijke depositie te bevatten.

Aan het werk

Kuil met verbrand bot uit Aalst Siesegemkouter

Naast bijna 5 kg verbrand bot, afkomstig van vooral rund, paard en wat varken, zaten er verschillende stukken van een maalsteen, een weefgewicht en niet minder dan 1322 scherven aardewerk in de kuil, wat opnieuw zo goed als de volledige huisraad van een woning weerspiegelt. De houtskool in deze kuil was afkomstig van bomen met eetbare vruchten (zoete kers, sleedoorn, appelachtige). Het lijkt erop dat ook hier een vurig afscheid van een woning heeft plaatsgevonden heeft en men de resten ervan begraven heeft. 

Bekijk hier de presentatie.

Smidse uit de metaaltijden

Tijdens de opgraving te Ronse Pont West zijn verschillende kuilen aangetroffen die productieafval van een smid bevatten. Uit radiokoolstofdateringen bleek dat deze smidse tussen 240 en 180 v. Chr. in gebruik is geweest.

cluster GPLB.jpg

De smidse in Ronse Pont West

De archeologen vonden onder meer restanten van de smeedhaard terug, zelfs de opening waar de blaasbalg werd doorgestoken lag in de kuil! Verder bevatten de kuilen onder meer smeedslakken en stukjes hamerslag. Dit laatste zijn de kleine stukjes metaal die wegspatten wanneer een smid met zijn hamer op het hete metaal slaat.

hamerslag

Hamerslag

Uit de analyse van deze deeltjes bleek dat er vooral afgewerkte producten werden gemaakt. Er is geen bewijs dat men ter plaatse ook ijzererts heeft gewonnen. Het ijzererts moet dus ofwel op een andere plek op de site zijn ontgonnen, ofwel is het van elders aangevoerd. Het is voor de Lage Landen vrij uitzonderlijk om uit deze periode restanten van een smeedhaard aan te treffen, de gegevens van Ronse zullen bijgevolg een aanzienlijke bijdrage leveren aan de kennis van het smeden in deze periode. 

Bekijk hier de presentatie.