Lierde - De Zandloper - Sint-Maria-Lierde

Projectomschrijving

Jaar van uitvoering

2017

Opdrachtgever

LI

Ligging

Gebied afgebakend door de Nieuwe Wijk en de Groenstraat

Fase

4
Ligging

Afbeeldingen
proefsleuven sfeerbeeld
Ferrariskaart
orthofoto klein
poppkaart
Omschrijving

Gemeente Lierde wenst met recreatiezone ‘De Zandloper’ een nieuwe groene omgeving aan te leggen waarin sport- en spelactiviteiten de hoofddoelstelling zullen vormen. Ten behoeve van het indienen van de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag diende een archeologienota te worden opgesteld. Hierbij werd een bureauonderzoek uitgevoerd. Louter op basis hiervan kon geen definitieve inschatting van het archeologisch en wetenschappelijk potentieel van de locatie gemaakt worden. Na afweging bleek een vooronderzoek met ingreep in de bodem, een proefsleuvenonderzoek, noodzakelijk op bepaalde delen van het terrein. Het proefsleuvenonderzoek wees uit dat het terrein archeologisch gezien als ‘leeg’ beschouwd kan worden. Het overgrote deel van de sporen stamt op basis van het aardewerk en de vulling uit de late tot post-middeleeuwen. Enkele ontginningskuilen kunnen moeilijk gedateerd worden, maar zijn op basis van de vulling relatief recent van oorsprong. Ook het op het terrein aanwezige colluvium bevatte heel weinig ‘oude’ vondsten, waardoor de aanwezigheid van sites uit perioden vóór de post-middeleeuwen eerder onwaarschijnlijk is.

Het lijkt er dus op dat het terrein in het verleden geen structurele menselijke aanwezigheid kende. Een continu gebruik als landbouwgrond lijkt veel waarschijnlijker, en wordt bevestigd door het historisch kaartmateriaal en de toponymie. Dit maakt duidelijk dat het gebied deel uitmaakt van de Roeskouter, waardoor de ingebruikname van de gronden te dateren is in minstens de volle middeleeuwen. Eigen aan dergelijke kouters is hun openheid en dus de afwezigheid van perceelsgrenzen. Dit is duidelijk vastgesteld op het terrein, waar de oudste perceelsafbakeningen slechts in de late tot post-middeleeuwen dateren. De aanwezigheid van deze percelen wijst op het verdwijnen van de kouterstructuur en de bijhorende socio-economische verbanden op deze percelen.

Gelet op de afwezigheid van oudere archeologische sporen, de quasi afwezigheid van oudere archeologische vondsten en de beperkte wetenschappelijke waarde van de recente perceleringsgreppels is verder archeologisch onderzoek op het onderzochte gebied niet relevant.