Door de bomen het bos zien.

pollen

In 2018 schreef de Vlaamse overheid voor de eerste maal een projectsubsidie uit voor archeologisch syntheseonderzoek. De archeologische dienst van SOLVA koos er voor om een project in te dienen dat gegevens van verschillende opgravingen in het zuiden van Oost-Vlaanderen wil samenbrengen, om zo de evolutie van het cultuurlandschap tussen de late ijzertijd en de late middeleeuwen (200 v. Chr. – 1200 n. Chr.) gedetailleerder in kaart te brengen. 

SOLVA beoogt met dit project een eerste proeve tot microregionaal landschapsonderzoek, aan de hand van het synthetiseren van paleo-ecologische informatie en de confrontatie met de archeologische bronnen, gekaderd binnen een archeologische context en vraagstelling. Het project is bedoeld als een eerste aanzet tot synthese, waarbij nieuwe aandachtspunten voor toekomstig onderzoek worden geformuleerd en nieuwe referentiekaders voor interpretatie worden aangereikt voor toekomstig Malta-onderzoek in de regio. Dit project kan beschouwd worden als een noodzakelijke basis waarop toekomstige syntheseonderzoeken kunnen verder bouwen (bijvoorbeeld syntheseonderzoek naar landschapsdynamiek, -organisatie en -gebruik, waarbij naast paleo-ecologische en archeologische data ook historische geografie, bronnenonderzoek etc. zijn betrokken).

Volgende aandachtspunten zijn opgenomen in dit onderzoek :

•    Het samenbrengen van paleo-ecologische resultaten van recente projecten uit de Zuid-Vlaamse leemstreek, waarbij de Scheldevallei en de flankerende heuvelzones, aan weerszijden van de Scheldevallei, als hinterland worden meegenomen; de keuze van het onderzoeksgebied en de sites is gebaseerd op basis van duidelijk afgebakende en onderbouwde ecodistricten;  
•    Het confronteren van deze paleo-ecologische gegevens met de archeologische tijdslijn en met de interpretaties van de diverse sites; het in kaart brengen van de antropogene invloed;
•    La longue durée: landschapsevoluties kunnen zowel abrupte als gestage patronen vertonen. Een benadering met ruim tijdsperspectief leent zich meer tot het correct interpreteren van de gegevens. Er is geopteerd om het chronologisch kader af te bakenen vanaf de late ijzertijd tot het begin van de late middeleeuwen. Voor deze periode beschikken we op basis van het Malta-onderzoek inmiddels over voldoende archeologische gegevens inzake bewoningspatronen, dynamieken, … waardoor de antropogene component in het verhaal voldoende kan geduid worden;
•    Aandacht voor lokale versus regionale indicatoren in de paleo-ecologische data; het project zal daartoe specifiek aandacht besteden aan gelijktijdige contexten op korte afstand van elkaar (binnen één site of tussen twee zeer nabij gelegen sites) om zo de impact van de lokale indicatoren te duiden;
•    Specifieke aandacht voor de confrontatie van Scheldevallei-contexten (bijv. de recente analyses uitgevoerd in het kader van het project Kerkhove Stuw) met contexten in de omringende heuvelzones (Wortegem, Ronse, …). In alle contexten zijn immers zowel lokale als regionale indicatoren waarneembaar (macrobotanie, pollen). Kunnen dergelijke regionale patronen gedetailleerder gedistilleerd worden uit de vergelijking van meerdere lokale contexten? Hoe kan de confrontatie van verschillende contexten, gelegen binnen verscheidene ecodistricten in de microregio, dergelijk beeld op regionale schaal verfijnen, bevestigen, of corrigeren? Hoe kunnen interpretaties gemaakt op contextniveau nader geïnterpreteerd worden tegen de achtergrond van data van diverse contexten? 
•    Het duurzaam karakter van de studie: het geven van een aanzet naar verder onderzoek (syntheseonderzoek naar landschapsdynamiek en menselijke impact, vergelijking van de leemststreek met de Vlaamse de zandstreek);
•    De (tussentijdse) publicatie van resultaten in vaktijdschriften, met het oog op een maximale verspreiding van de onderzoeksresultaten binnen de sector (cf. het aanreiken van nieuwe referentiekaders voor interpretatie, referentiekaders voor assessment, basis voor toekomstig onderzoek, …);
•    Het communiceren van de onderzoeksresultaten buiten de eigen sector, in het bijzonder naar sectoren die met natuur en landschap bezig zijn. Zodanig dat deze sectoren nieuwe archeologische/historische informatie omtrent landschapsgeschiedenis en -evolutie aangereikt krijgen, bijvoorbeeld in functie van de integratie in beheersmaatregelen (informatie aanreiken die een grotere tijdsdimensie biedt dan bijvoorbeeld de Ferrariskaarten; informatie aanreiken in functie van natuurherstel, ecologisch beheer van terreinen, …). Nieuwe doelgroepen vanuit hun specifieke interessesfeer laten kennis maken met archeologie. Uit contact met diverse spelers buiten het werkveld, blijkt immers een grote interesse in de paleo-ecologische informatie afkomstig uit archeologische opgravingen, maar blijkt evenzeer dat dit helemaal niet goed gekend is bij deze doelgroepen. Een aantal van deze actoren zal tevens als lokale experten vanuit hun discipline worden betrokken in de loop van het project, om zo aan actieve kennisverspreiding te doen.

Het project startte op 1 maart 2019 en zal 15 maanden duren. 

Met de steun van:

Vlaanderen_is_erfgoed_vol_agentschap totaal.jpg
Contact
Bart Cherretté
afdelingshoofd - archeoloog
053 64 65 36
0486 83 13 41